Home / Nederlands / Interview. Alan Hardman: arbeider, artiest, socialistische cartoonist

Interview. Alan Hardman: arbeider, artiest, socialistische cartoonist

minersAlan Hardman is een drukker en politieke cartoonist die regelmatig bijdrages leverde voor de krant Militant, nu The Socialist. Dat is de krant van de Socialist Party. Zijn werk was opmerkelijk, krachtig en messcherp op politiek vlak. Alan is ondertussen gepensioneerd. Het magazine Bad Art, een nieuw initiatief om op creatieve wijze aan de revolutionaire strijd bij te dragen, publiceerde een interview met Alan over zijn politieke standpunten en zijn werk.

Je bent een politieke artiest. Hoe kwam je tot socialistische standpunten en hoe kwam je bij Militant terecht?

“In de jaren 1960 en begin jaren 1970 was ik lid van de Labour partij en actief als vakbondsmilitant. Ik was een opgeleide drukker die zes jaar stage liep in een drukkerij in Barnsley, mijn thuisstad in Yorkshire in het noorden van Engeland. Daarna moest ik twee jaar verplichte militaire dienst doen.

“Dat was de beste politieke opleiding die een jonge socialist kon hebben. Het leger dacht dat ze me een opleiding gaven om met grote artillerie te schieten. Maar onbewust versterkten ze vooral mijn al bestaande klassenbewustzijn. Als gewone soldaten moesten we steeds groeten en we moesten steeds ‘sir’ zeggen tegen die groep van de hogere klasse met dubbele en soms driedubbele familienamen. Eerlijk gezegd moest ik bijna overgeven telkens ik dat moest doen.

“Om dit punt te illustreren een voorbeeld. Enkele jaren voordien was mijn oudere broer Michael, die een studiebeurs kreeg voor Oxford op 17-jarige leeftijd en fysiek erg krachtig was, willekeurig afgewezen om een officier te worden. De enige mogelijke reden was zijn klasse. Op intellectueel vlak stond hij een pak verder dan die snobs die me twee jaar later bevelen gaven. Wij kwamen van een familie van mijnwerkers. Ik kan me niet inbeelden dat dit aanvaard zou worden in de kantine van de officieren.

“Vergelijk deze nonsens op klassenbasis overigens maar eens met het Rode Leger van Lenin en Trotski in Rusland waar de gewone soldaten de officiers democratisch verkozen en indien nodig konden afzetten. Het leger van Lenin en Trotski kwam tot stand door hun geniale inzichten en dit in een tijd van burgeroorlog en invasie door verschillende imperialistische kapitalistische leger. Het doel van dit leger was niet om te onderdrukken en te plunderen, maar om de democratische arbeidersrevolutie te verdedigen en dus om uiteindelijk een einde te maken aan de noodzaak van legers en oorlog.

“Om dit te doen, moest het wapen van de revolutie dat de moeilijkste en meest gewelddadige taken moest uitvoeren de hoogst mogelijke politieke en culturele opleiding genieten. Daar ligt het verschil. Voor het kapitalisme zijn de werkenden kanonnenvoer. Voor Lenin en Trotski waren ze de enige kracht ter wereld die verandering konden bekomen.

“Als gevolg van de vernietigende acties van de kapitalisten in die oorlog en het tragische falen van sommige daaropvolgende revoluties, ontaardde Rusland nadien tot de bureaucratische dictatuur van Stalin. Veel verworvenheden van de arbeidersklasse gingen verloren.

“Maar ik was dus een dienstplichtige soldaat en het was vredestijd. Beeld je in hoe die klassenverschillen speelden in oorlogstijd. Dezelfde leeghoofden zouden de macht hebben om je de dood in te sturen. Ze zouden dat kunnen op basis van niets anders dan het bed waarin ze geboren zijn.

“Doorheen de jaren raakte ik ontgoocheld in Labour dat steeds sprak over socialistische maatregelen, maar ze nooit doorvoerde. De leiders namen een tussenpositie in, ergens tussen de werkenden en de bazen. Jammer genoeg keken ze vooral in de verkeerde richting en was het duidelijk dat ze een obstakel zouden zijn voor socialistische bewegingen die de arbeidersklasse vooruithelpen en de macht en privileges van de kapitalisten bedreigen.

“Zowel Labour als de vakbonden kenden – en kennen nog steeds – een groot aantal carrièristen die enkel op zoek zijn naar macht en een gemakkelijk leven. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar de meesten hebben geen enkel socialistisch bot in hun lijf. Ze zitten in een comfortabele positie en doen er alles aan om dat te behouden, ook al moeten ze daartoe blind blijven voor het lot van de arbeidersklasse.

“In deze context kwam ik in contact met een groep leden van Labour georganiseerd rond de krant Militant. Zij waren consequent en principieel in hun verdediging van de werkenden en ze stonden voor een duidelijk programma van socialistische verandering. Ik zag onmiddellijk dat zij anders waren. Ik voelde dat ik op dezelfde politieke golflengte zat en werd in 1971 lid van Militant als voltijdse drukker en opmaker van de krant.

“In september 1971 maakten we de eerste editie van Militant als tweewekelijkse krant die we zelf drukten. Het was een belangrijk keerpunt, voor het eerst gebruikten we onze eigen machines om te drukken. Het kleine kantoor in Hackney, in het oosten van Londen, met de drukmachines werd gekocht en gerenoveerd op basis van enorme inspanningen door slechts een handvol mensen.

“Militant was voordien een maandblad dat gemaakt werd door een kleine groep toegewijde socialisten die tegen alle moeilijkheden in de vlam van het marxisme levendig hielden in hun krant. Maar het werd door commerciële drukkers geproduceerd. Dat was duur en het vergde veel tijd.

“Begin jaren 1970 begon het ritme van de klassenstrijd te versnellen en gelijktijdig hiermee draaide ook de leugenachtige propagandamachine van de kapitalistische media op volle toeren. Het ongenoegen van de werkenden moest tot uiting komen en de leugens van de gevestigde media moesten beantwoord worden. Onze eigen drukkerij was van cruciaal belang.

“De menselijke en technische uitrusting was amper voldoende. Onze ploeg gaf alles wat kon en dan nog wat meer. Het was bijna een mirakel dat de krant steeds op tijd uitkwam.

“Wij waren een beetje het Leicester City FC van de toenmalige linkerzijde. We waren de underdog maar werden wel kampioen. We waren niet duur, we werkten keihard voor elkaar, hadden een uitstekend management en haalden de prijzen binnen. We kregen uiteraard geen beker, maar op langere termijn wisten we dat we veel meer zouden krijgen.

“Ik zei eerder al dat ik een opgeleide drukker was, dat aspect van het werk leverde dan ook weinig problemen op. We hadden een degelijke drukmachine. Die machine liet ons nooit in de steek en drukte elke editie van de krant tot er een grotere en snellere machine kwam. We hadden af en toe wel wat mechanische problemen, maar niets dat niet opgelost kon worden. Tegen de tijd dat de machine vervangen werd, kende ik wellicht elke bout en moer ervan.

“Dat is een korte versie van die epische periode die beter aan bod komt in het boek ‘The Rise of Militant’ van Peter Taaffe, een boek dat je zeker moet lezen.”

statemachine

Hoe begon je met het tekenen van cartoons?  

“Na enkele edities was het essentieel om de krant in een leesbare vorm en op tijd te maken. Dat was eigenlijk alles wat we toen konden. Na enkele maanden begonnen onze technische mogelijkheden te ontwikkelen tot het punt waarop we meer ademruimte hadden om de krant eens volledig te herbekijken.

“Ik had het gevoel dat mijn onervarenheid op vlak van design ertoe leidde dat de krant niet professioneel genoeg was. Ik probeerde de standaard van het design op te krikken in al ons gedrukt materiaal. Eens rondkijken naar andere kranten, zowel linkse als rechte, zowel goed ontworpen als slecht opgemaakte kranten.

“Een gegeven viel sterk op: zowat iedereen had cartoons en wij niet. Na discussies met de kameraden van de redactie was er het algemeen gevoel dat het de moeite was om te proberen inhoudelijk en goedgetekende cartoons te brengen.

“Mijn eerste pogingen deed ik thuis of op het werk terwijl ik de krant aan het opmaken was. Ik moest er geen extra tijd voor uittrekken. Voorheen had ik er nooit aan gedacht om politieke tekeningen te maken. Ik had geen formele kunstopleiding gevolgd, maar was reeds als kind geïnteresseerd in kunst.

“Aangezien ik niet erg academisch aangelegd was, keek ik rond naar iets waar ik goed ik kon zijn en voor mij was dat kunst. De fascinatie bleef altijd bestaan. Het was dan ook niet de eerste keer dat ik een pen opnam om te tekenen.

“Mijn kameraden verwelkomden mijn eerste pogingen op enthousiaste wijze. Zonder die steun had ik het wellicht opgegeven. Ik werd aangemoedigd om door te zetten en begon de kracht van een grafisch idee te realiseren. En dus begon ik te tekenen en dit zou ik 40 jaar lang doen.”

Heb je een specifieke methode in je werk?

“Zoals ik al zei, was mijn achtergrond de werkvloer en niet de kunstwereld. Bovendien was er een steeds een hectische sfeer in de kantoren waar we de krant maakten. De eerste twee jaar was dit de plaats waar ik aan mijn tekeningen werkte.

“Het legde me meteen een werkwijze op. Het was een methode om alle mogelijke complicaties uit de weg te ruimen en om een tekening in één keer af te werken. Dat zou niet mogelijk geweest zijn zonder een werkmethode. Waar mogelijk werkte ik steeds als volgt.

“Ten eerste sprak ik met de redacteurs over het thema dat aan bod moest komen en we hadden het over de politieke positie die we hierover innamen. Dat is veruit het belangrijkste in deze fase van het proces.

“Daarna probeerde ik een beeld te halen uit het orginele politieke idee waarbij de essentie van dat politieke idee wordt behouden zodat het onmiddellijk wordt begrepen. Goede grafische ideeën komen niet uit de lucht vallen. Ze moeten gevormd worden doorheen heel wat denkwerk en na het verlaten van heel wat doodlopende straatjes. Soms komt een idee meteen zonder enige inspanningen. Op andere ogenblikken heb je het gevoel dat je een baksteen tussen je oren moet meedragen. Maar uiteindelijk zorgt het doorzettingsvermogen ervoor dat er toch een idee komt. En dat ogenblik is fantastisch.

“Tenslotte komt het erop aan om neer te zitten en te tekenen. Uiteraard met de deadline in het achterhoofd.

“Dit kan misschien wat betweterig en alledaags klinken, maar het is door met beide voeten op de grond te staan en een zekere routine dat het mogelijk is om iets te vatten dat allesbehalve alledaags is. Het is iets uniek. Ik maakte meer dan duizend tekeningen op deze wijze. Voor mij werkte het dus. Van nature uit ben ik niet erg methodisch aangelegd, een werkwijze aan mezelf opleggen was dan ook van groot belang.”

Hoe gaat het tekenen zelf?

“Zoals ik al zie probeerde ik altijd om een tekening in één keer te maken. Dit had uiteraard te maken met de beperkte tijd die ik had. Zodra een beeld vorm had gekregen in mijn hoofd, maakte ik met potlood een lichte schets met een algemene compositie en bewegingen.

“Na dit voorbereidende werk, gebruikte ik inkt om rond de potloodtekening te werken waarbij ik ongeveer 90% creatieve vrijheid binnen die potloodtekening gebruikte. Dan verwijderde ik de potloodlijnen en het was klaar.”

Wat was je gereedschap?

“Ook hier hield ik het eenvoudig: een pen, penseel, inkt, potlood, gom en tekenpapier. Wat je gebruikt is eigenlijk niet zo belangrijk. Je moet enkel de sterktes en zwaktes van je materiaal kennen.

“Sommige mensen houden van cartoons in kleur, ik niet. Ik heb soms kleur gebruikt en vond dit plezant, maar doe mij maar zwart-wit. Mensen denken dat het moeilijker is om kleur te gebruiken, maar ik denk dat een zwart-witte illustratie op veel vlakken moeilijker is.”

Heb je nog enkele slotopmerkingen?

“Ik wil zeggen dat ik veel geluk heb gehad dat ik mijn mogelijkheden kon gebruiken in de strijd tegen het systeem dat ik haat, in plaats van door dat systeem gebruikt te worden.

“Tenslotte wil ik benadrukken dat ik altijd gewild heb dat mijn cartoons deel zijn van het werk van onze partij en dus van de klassenstrijd. Ik was dan wel verantwoordelijk voor de beelden en het tekenen ervan. Maar zonder de steun van mijn kameraden en de standvastigheid van onze marxistische posities, had ik nooit de duidelijke politieke boodschap van mijn cartoons kunnen bereiken en dat is net de reden waarom ze er zijn.”

KORTE VRAGEN

Wat is je artistieke inspiratiebron?

George Grosz. Ik kwam in mijn werk nooit in de buurt van zijn perfectie, maar ik haalde bij hem het cruciale belang van eenvoudigheid in cartoons.

Wat is je favoriete werk door een andere artiest?

‘Rain, Steam and Speed’ van Turner. Ik heb er geen kopie van, maar ken het van binnen en van buiten.

Welk van je eigen werk heeft je de meeste voldoening gegeven?

Ik kan niet gewoon één werk aangeven: mijn cartoons tijdens de mijnwerkersstaking van 1984-85. Stakende mijnwerkers kwamen regelmatig in onze kantoren, hun woorden en ervaringen gingen direct naar mijn tekeningen en zouden binnen enkele uren in ons materiaal verschijnen waarna ze teruggingen naar de stakingsposten.

Kan je de huidige kunstwereld in vijf woorden beschrijven?

“De universele taal van de menselijke ziel te koop aangeboden.” Zijn dat vijf woorden?

Als je één politieke wens had, wat was die dan?

De vestiging van het ultieme kunstwerk: een socialistische wereld.

 

 

 

Scroll To Top